Rond het middaguur komen we aan
in Tassilaq en de
rest van de dag verwerken we de eerste
indrukken, slenteren door het dorpje of bezoeken
we het kleine maar zeer interessante museumpje.
We stappen in de boot van een eskimojager en
deze brengt ons in zo'n 5 à 6 uur tijd naar het
startpunt van de vierdaagse trektocht. We varen
over open zee en door nauwe fjorden en onderweg
is er een grote kans dat we zeehonden en
walvissen zien. Misschien ook wel de Narwal die
in deze tijd van het jaar de fjorden in zwemt op
zoek naar voedsel.
Na een dag lopen door een spectaculair landschap
van bergen, gletsjers, riviertjes, meren en met
rood kostmos begroeide rotsen maken we kamp aan
de oevers van een fjord. We hebben een onbeschrijfelijk
mooi uitzicht op vele honderden
ijsbergen en de aan de overkant van het fjord
liggende Groenlandse IJskap. Het is hier zo stil
dat we 's avonds zelfs in de tent het smeltwater van
de ijsbergen horen druppelen.
Twee dagen lang volgen we min of meer de
contouren van
het "ijs" fjord, telkens weer
genietend van de alsmaar veranderende
vergezichten. De laatste dag zeggen we de
ijsbergen voorlopig vaarwel en trekken weer landinwaarts
naar het gehuchtje Tiniteqilaaq. Het landschap
verandert dramatisch. Hier zijn lang geleden de
bergen gepolijst door de enorm schurende
werking van het ijs. In schril contrast steken
spitse bergtoppen, als ware Himalaya reuzen
boven de rond afgesleten rotsen uit. Hier
leven ook veel poolvossen en liefhebbers van
mineralen en halfedelstenen kunnen deze dag hun
hart ophalen. In Tiniteqilaaq overnachten we in
het gemeenschapshuis, genieten weer van een hete
douche en we zien wel wat de lokale post schaft.
|
|
 |
|