Op een buffel door Noord Vietnam
  HOME | PUBLICATIES | VIETNAM MOTOR CHALLENGE | MOTORREIZEN |
 Gepubliceerd MotoPort magazine,  mei 2009.

Het dorpje met de houten huizen op palen heeft weer plaatsgemaakt voor prachtige groene rijstvelden. We zitten op de highway 6, waar weinig of helemaal geen verkeer rijdt. Wie echt ergens wil komen rijdt de hoofdweg 85, een typische weg waar je alleen stopt om te tanken om dan weer door te rijden om op je bestemming te komen. Zo niet deze weg, al eeuwen een pad dat ooit eens in de jaren 50 geasfalteerd is om de boeren makkelijker met de markt te verbinden en de kinderen naar school te kunnen brengen. De weg is de bestemming. Zo’n weg die leeft en waar van alles gebeurt en die je op z’n puurst beleeft niet vanachter een beschermde vooruit van een auto maar op de motor, in mijn geval een Russische Minsk, ook wel “de buffel van Vietnam” genoemd.

Het gebied in Noord Vietnam waar we de komende twee weken rijden behoorde vroeger tot Frans Indo China. Vrijwel niets herinnerd daar meer aan of het moet de gevangenis in 'Son La' zijn. Boven de ingang van de verweerde muur staat nog goed leesbaar “penitencier” (Frans voor gevangenis), en terwijl ik er onderdoor rijd doet het me nog ’t meest denken aan Dustin Hoffman in de film Papillon, de beroemde gevangenis in Frans Guyana. Niet veel later zit ik weer letterlijk bevrijd op de motor en doemen de contouren van het gebergte in de verte op. De weg is een mooie mix van asfalt en off road en slingert door valleien gevuld met prachtig groene rijstvelden. Overal is beweging op het platteland, bevolking in klederdracht loopt langs de weg met hout op hun rug, in de velden werken de mensen met de kenmerkende puntige rieten hoedjes waarvan de schaduw mooi weerkaatst in het water, waar de mensen tot ver boven hun enkels in staan. De buffels kijken ons loom aan terwijl ze liggen te herkauwen. Het enige wat de rust verstoord is het geluid van mijn motor die moeite moet doen de stijgingspercentages van boven de 10% te trotseren. Ik begrijp nu ook de vergelijking tussen de buffel en de Minsk: beiden zijn oersterk, nemen de tijd voor hun eigen tempo maar zijn uiterst betrouwbaar en blijven doorlopen.

De bevolking bestaat uit diverse groepen minderheden, die elk weer hun eigen klederdracht hebben zoals de Muong, Dao, Black en White Tay. Je merkt dat de mensen nog weinig gewend zijn aan westerse toeristen, helemaal op de motor in onze motorkleding. Om meer van deze vriendelijke mensen te leren kennen slapen we een aantal keer bij hun thuis in de houten huizen op palen. Het avondeten is een waar feest van lekkernij uit de eigen moestuin. De hele familie zit om de tafel en onze gastheer, Mr. Nguyen, laat de fles met eigen gestookte rijstwijn driftig rondgaan. Als ik laat in de avond uiteindelijk op mijn bed neerplof ben ik nog steeds bochten aan het draaien van de afgelopen dagen. Of…..is het toch de rijstwijn?  

Ik wordt gewekt door de geluiden van een ontwakend dorp en na een goed ontbijt rijden we in de warme ochtendzon over de Deo Tram Ton Pas die met z’n 1.900 meter de hoogste pas van Vietnam is. De uitzichten zijn adembenemend en we nemen dan ook ruim de tijd voor foto’s. We volgen onze weg door het noorden die evenredig loopt aan de Chinese grens en vlak na een bocht moet ik plotseling uitwijken voor een tegemoet komend brommertje dat bamboe palen van wel 3 meter lang achterop vervoerd. Even later volgen brommers met een varken, kooien met kippen en weer een ander vol bepakt met groente. Het zijn allemaal voorboden van een kleurrijke markt waar we een paar kilometer later aankomen. De spulletjes liggen uitgestald op een doek op de grond en de marktkooplieden zitten op de hurken (zoals volgens mij alleen Aziaten kunnen zitten) en brengen hun waar aan de man. Een gezellige drukte wat leuke ontmoetingen oplevert.  

De weg in het uiterste noorden van Dong Van naar Meo Lac wordt ook wel een van de mooiste van geheel Vietnam genoemd. De weg slingert zich 22 kilometer letterlijk langs de bergwand terwijl prachtige uitzichten aan de linkerkant je adem benemen. Het wegdek is goed dus dit is heerlijk motor rijden. Je kent het gevoel wel: je voelt je een met de motor en de omgeving, denkt nergens anders aan en zit in een heerlijke cadans van remmen-schakelen-gas geven. Motorrijden zoals motorrijden bedoelt is volgens mij. Op veel plekken in Vietnam is er nog geen brug over (kleine) rivieren en zo ook een paar kilometer zuidelijker. Een kunstig in elkaar gevlochten bamboe vlot brengt drie motoren tegelijk naar de overkant alvorens we weer verder kunnen gaan. De omgeving wordt steeds groener en is ronduit tropisch te noemen. Onze gids komt uit de omgeving en kent alle kleine (om)wegen met als gevolg dat we letterlijk tussen de velden door rijden op minuscuul kleine paadjes en door dorpjes komen waar de tijd lijkt stil te hebben gestaan. De route staat niet eens op de kaart. Als we bij het Meer van 'Ba Be' aankomen slapen we bij de Tay mensen. Als de zon ondergaat drinken we thee op de veranda met uitzicht over het meer en de bergen erachter. Het is ongelooflijk de verscheidenheid aan landschappen waar we de laatste twee weken doorheen gereden zijn.

Als we een dag later in Hanoi vanaf een dakterras de chaos onder ons weer bekijken denken we weemoedig terug aan de betrouwbare Minsk, aan de eindeloze rijstvelden in tientallen kleurschakeringen groen, aan de nevel rond Sapa, aan de kleine dorpjes waar hangbuikzwijnen in de grond wroeten onder hardhouten paalwoningen, aan de supervriendelijke bevolking, aan de 1000 en meer bochten die we gedraaid hebben, aan de bizar gevormde bergtoppen, aan de kleurrijke marktjes, aan het heerlijke eten en aan iets te veel rijstwijn de laatste avond. Vietnam: een prachtige relaxte motorbestemming voor zowel de motorrijder maar zeker ook de motorrijdster.

 Copyright Travel 2 Explore Boven