|
Het
dorpje met de houten huizen op palen heeft weer plaatsgemaakt
voor prachtige groene rijstvelden. We zitten op de highway 6,
waar weinig of helemaal geen verkeer rijdt. Wie echt ergens
wil komen rijdt de hoofdweg 85, een typische weg waar je
alleen stopt om te tanken om dan weer door te rijden om op je
bestemming te komen. Zo niet deze weg, al eeuwen een pad dat
ooit eens in de jaren 50 geasfalteerd is om de boeren
makkelijker met de markt te verbinden en de kinderen naar
school te kunnen brengen. De weg is
de bestemming. Zo’n weg die leeft en waar van alles
gebeurt en die je op z’n puurst beleeft niet vanachter een
beschermde vooruit van een auto maar op de motor, in mijn
geval een Russische Minsk, ook wel “de buffel van Vietnam”
genoemd.
Het gebied in Noord Vietnam
waar we de komende twee weken rijden behoorde vroeger tot
Frans Indo China. Vrijwel niets herinnerd daar meer aan of het
moet de gevangenis in 'Son La' zijn. Boven de ingang van de
verweerde muur staat nog goed leesbaar “penitencier”
(Frans voor gevangenis), en terwijl ik er onderdoor rijd doet
het me nog ’t meest denken aan Dustin Hoffman in de film
Papillon, de beroemde gevangenis in Frans Guyana. Niet veel
later zit ik weer letterlijk bevrijd op de motor en doemen de
contouren van het gebergte in de verte op. De weg is een mooie
mix van asfalt en off road en slingert door valleien gevuld
met prachtig groene rijstvelden. Overal is beweging op het
platteland, bevolking in klederdracht loopt langs de weg met
hout op hun rug, in de velden werken de mensen met de
kenmerkende puntige rieten hoedjes waarvan de schaduw mooi
weerkaatst in het water, waar de mensen tot ver boven hun
enkels in staan. De buffels kijken ons loom aan terwijl ze
liggen te herkauwen. Het enige wat de rust verstoord is het
geluid van mijn motor die moeite moet doen de
stijgingspercentages van boven de 10% te trotseren. Ik begrijp
nu ook de vergelijking tussen de buffel en de Minsk: beiden
zijn oersterk, nemen de tijd voor hun eigen tempo maar zijn
uiterst betrouwbaar en blijven doorlopen.
De bevolking bestaat uit diverse groepen minderheden, die elk
weer hun eigen klederdracht hebben zoals de Muong, Dao, Black
en White Tay. Je merkt dat de mensen nog weinig gewend zijn
aan westerse toeristen, helemaal op de motor in onze
motorkleding. Om meer van deze vriendelijke mensen te leren
kennen slapen we een aantal keer bij hun thuis in de houten
huizen op palen. Het avondeten is een waar feest van lekkernij
uit de eigen moestuin. De hele familie zit om de tafel en onze
gastheer, Mr. Nguyen, laat de fles met eigen gestookte
rijstwijn driftig rondgaan. Als ik laat in de avond
uiteindelijk op mijn bed neerplof ben ik nog steeds bochten
aan het draaien van de afgelopen dagen. Of…..is het toch de
rijstwijn?
Ik wordt gewekt door de
geluiden van een ontwakend dorp en na een goed ontbijt rijden
we in de warme ochtendzon over de Deo Tram Ton Pas die met
z’n
1.900 meter
de hoogste pas van Vietnam is. De uitzichten zijn adembenemend
en we nemen dan ook ruim de tijd voor foto’s. We volgen onze
weg door het noorden die evenredig loopt aan de Chinese grens
en vlak na een bocht moet ik plotseling uitwijken voor een
tegemoet komend brommertje dat bamboe palen van wel
3 meter
lang achterop vervoerd. Even later volgen brommers met een
varken, kooien met kippen en weer een ander vol bepakt met
groente. Het zijn allemaal voorboden van een kleurrijke markt
waar we een paar kilometer later aankomen. De spulletjes
liggen uitgestald op een doek op de grond en de
marktkooplieden zitten op de hurken (zoals volgens mij alleen
Aziaten kunnen zitten) en brengen hun waar aan de man. Een
gezellige drukte wat leuke ontmoetingen oplevert.
De weg in het uiterste
noorden van Dong Van naar Meo Lac wordt ook wel een van de
mooiste van geheel Vietnam genoemd. De weg slingert zich
22 kilometer
letterlijk langs de bergwand terwijl prachtige uitzichten aan
de linkerkant je adem benemen. Het wegdek is goed dus dit is
heerlijk motor rijden. Je kent het gevoel wel: je voelt je een
met de motor en de omgeving, denkt nergens anders aan en zit
in een heerlijke cadans van remmen-schakelen-gas geven.
Motorrijden zoals motorrijden bedoelt is volgens mij. Op veel
plekken in Vietnam is er nog geen brug over (kleine) rivieren
en zo ook een paar kilometer zuidelijker. Een kunstig in
elkaar gevlochten bamboe vlot brengt drie motoren tegelijk
naar de overkant alvorens we weer verder kunnen gaan. De
omgeving wordt steeds groener en is ronduit tropisch te
noemen. Onze gids komt uit de omgeving en kent alle kleine
(om)wegen met als gevolg dat we letterlijk tussen de velden
door rijden op minuscuul kleine paadjes en door dorpjes komen
waar de tijd lijkt stil te hebben gestaan. De route staat niet
eens op de kaart. Als we bij het Meer van 'Ba Be' aankomen
slapen we bij de Tay mensen. Als de zon ondergaat drinken we
thee op de veranda met uitzicht over het meer en de bergen
erachter. Het is ongelooflijk de verscheidenheid aan
landschappen waar we de laatste twee weken doorheen gereden
zijn.
Als
we een dag later in Hanoi vanaf een dakterras de chaos onder
ons weer bekijken denken we weemoedig terug aan de betrouwbare
Minsk, aan de eindeloze rijstvelden in tientallen
kleurschakeringen groen, aan de nevel rond Sapa, aan de kleine
dorpjes waar hangbuikzwijnen in de grond wroeten onder
hardhouten paalwoningen, aan de supervriendelijke bevolking,
aan de 1000 en meer bochten die we gedraaid hebben, aan de
bizar gevormde bergtoppen, aan de kleurrijke marktjes, aan het
heerlijke eten en aan iets te veel rijstwijn de laatste avond.
Vietnam: een prachtige relaxte motorbestemming voor zowel de
motorrijder maar zeker ook de motorrijdster. |