|
De Indo China Motor is een
avontuurlijke motorreis door exotische berglandschappen, langs
de kleurig geklede bergvolken van Noord Vietnam en door de
indrukwekkende jungle van Laos.
We trappen de Minsk aan en volgens de planning rijden we de
eerste dag over goed geasfalteerde wegen. Wanneer we Hanoi
achterons laten blijkt echter dat elke centimeter asfalt
gebruikt wordt door auto’s, vrachtauto’s, bussen, paard en
wagen, zwaarbeladen fietsers, koeien en wat al niet meer. Al
snel passen we ons aan het verkeer aan en doen net als de
honderden scooters voor ons; verlaten het asfalt en over een
“vluchtstrook van grind en gras” laten we de verkeerschaos
links liggen. De eerste ervaring in onverhard rijden met een
Misnk hebben we meteen te pakken. Na
Doan Hung verlaten we de doorgaande weg en al slingerend
volgen we nu de contouren van weelderig groene rijsterassen
waar vrouwen getooid met bamboe hoofddeksel en met de enkels
diep in de modder ons enthousiast toezwaaien. In het licht van
de ondergaande zon glinstert tussen de palmbomen het water van
Thac Ba. Vanavond slapen we in een traditioneel gebouwd huis
aan de oevers van het meer. We zijn te gast bij een Mong
familie en genieten van een heerlijk bereide maaltijd en
lokaal gestookte rijstwijn. Een prettige introductie van wat
de komende drie weken een gewoonte lijkt te gaan worden.
Fantastische wegen volgen elkaar in hoog tempo op wanneer we
het berglandschap van Noord Vietnam in rijden. Honderden en
nog eens honderden bochten rijgen zich aan één
in
een decor van bizar gevormde bergen, bamboebossen,
rijstterassen, riviertjes en gehuchten van de kleurrijk
geklede Flower Mong en Black Thai. Twee van de vele etnische
bergvolkendie nog in Noord Vietnam maar ook in China en Laos
leven. De wegen
zijn smal, soms niet breder dan een fietspad maar goed
geasfalteerd. Maar naarmate we dieper de bergen in trekken
rijden we over onverharde paden door spectaculaire
berglandschappen, dwars door de jungle richting het noorden,
naar de Chinese grens.
Nieuwsgierig staren de Flower Mong ons na wanneer we
kleurrijke markt van Na Co verlaten en het vizier richten op
Sapa, ook wel de Koningin van het Noorden genoemd. We volgen
de rivier die de natuurlijke grens met China volgt. In Lao Cai
tikken we grens met China aan en verbazen ons over de
honderden veel te zwaar beladen “bak” fietsen die met
allerhande koopwaar hier de grens van Vietnam met China
oversteken. Soms gaat het mis en kiept een fiets met
handelswaar om wat weer hilarische taferelen oplevert wanneer
honderden kippen illegaal de grens proberen over te steken.
Even na Sapa bereiken we het hoogste punt van de reis, de
Poorten van de Hemel, de Deo Tram Ton Pas, en hebben we een
prachtig uitzicht over de vallei en de hoogste berg van het
land, de FanXiPan. Vanaf hier gaat het slingerend naar beneden
en word er regelmatig gewaarschuwd voor hellingspercentages
van 10% of meer.
Door nauwe valleien rijden we naar Dien Bien waar de
Vietnamesen in 1954 de beslissende veldslag van de Fransen
wonnen. Uiteraard bezoeken we het museum wat aan deze veldslag
herinnerd.
Voor het oversteken van de grens
met Laos moeten we geduld hebben. Voordat alle papieren
ingevuld en voorzien zijn van een handtekening, zijn we drie
uur en de nodige koppen thee verder. In twee dagen tijd rijden
we naar Pak Beng. Een enerverende rit waarvan de eerste 60
kilometer over onverharde paden door de jungle van Laos. Na
Muang wordt de weg een stuk beter en zoeven we over glad
asfalt door een heuvelachtig landschap wat volgens sommigen
doet denken aan het landschap van Zuid Afrika. De laatse 60
tot 70 kilometer volgen we de loop van de rivier Nam Beng die
bij Pak Beng in de Mekong rivier uitmond. Hier overnachten we in
een hotel aan de oevers van de legendarische Mekong rivier en
zien vanaf de veranda hoe tegen het vallen van de avond
Aziatische olifanten naar de rivier worden geleid om te baden
en te drinken.
Op een stalen ponton voortgeduwd door een aftandse sleepboot
steken we de 4909 km lange Mekong rivier over. Hier leeft ook
de grootste meerval ter wereld die helaas met uitsterven wordt
bedreigt. De
komende twee dagen zijn misschien wel de meest indrukwekkende
van de hele reis. Aanvankelijk rijden we nog over een goed
begaanbare doch deels onverharde weg naar de grens met
Thailand. Vlak voor de grens slaan we linksaf een bospad in en
vanaf nu rijden we bijna twee dagen lang over een "ofroad"
van bergtop naar bergtop door de ongerepte, exotische
jungle van Laos. Niemand komen we meer tegen anders dan
lokalen die op weg zijn naar huis na een dag hard werken op de
kostgrondjes. Ergens halverwege overnachten we midden in de
jungle bij een familie thuis onder primitieve omstandigheden.
Hier is geen elektriciteit, je mobiel is dood, gekookt wordt
er op een houtvuur en het avondeten scharrelt nietsvermoedend rond tussen de
bamboehutjes. Een onvergetelijke ervaring.
De nevel hangt nog tussen de woudreuzen wanneer we verder
rijden naar de oude hoofdstad van Loas, Luang Prabang Een
lange dag van intensief motorrijden van bergtop naar bergtop.
Het bospad heeft soms hellingspercentages die ik nog nergens
anders ter wereld ben tegen gekomen. Wanneer we door de jungle
weer worden “uitgespuugd” staan we voor de tweede keer aan de
oever van de Mekong Rivier. Aan de overkant van de rivier
glinsteren gouden daken van Boedhistische tempels in het
laatste zonlicht van de dag en we weten, we zijn er, Luang Prabang.
Het is fijn om na twee dagen jungle in Luang Prabang
bij te komen en te genieten van een warme douche en een goed
ontbijt. We blijven
hier een dag om rustig rond te kunnen slenteren in deze
prachtige stad vol met boeddhistische tempels, paleizen en
gezellige terrasje waar de geur van koffie en vers gebakken
croissants hangt.
In drie dagen tijd rijden we van Luang Prabang terug naar
Vietnam. Onderweg passeren we de Plain of Jars. Een vlakte die
bezaaid is met stenen kruiken in allerlei formaten waarvan de
herkomst tot op de dag van vandaag nog een raadsel is. Vergelijk
het met de Moai beelden op Paaseiland, net zo verwonderlijk. Vlak
voor de grens met Vietnam passeren we Viengxay. Van 1964 tot
1973 leefden 20.000 Laotianen hier in de grotten. Deze waren
een schuilplaats tegen de hevige bombardementen van de Amerikanen tijden de Indo
China oorlog. In de grotten bevonden zich scholen,
ziekenhuizen, markten, een theater, een radiostation en
huizen.
Wanneer we na bijna drie weken in
Hanoi vanaf een dakterras de chaos onder ons weer bekijken
denken we weemoedig terug aan de onverwoestbare Minsk, aan de
eindeloze rijstvelden in tientallen kleurschakeringen groen,
aan de jungle van Laos, aan de kleine dorpjes waar
hangbuikzwijnen in de grond wroeten onder hardhouten
paalwoningen, aan de supervriendelijke bevolking, aan de 1000
en meer bochten die we gedraaid hebben, aan de bizar gevormde
bergtoppen, aan de kleurrijke marktjes, aan het heerlijke eten
en aan iets te veel rijstwijn de laatste avond.
|