INDO CHINA MOTOR CHALLENGE, Algemeen
  HOME | PRIJS & FEITEN | BROCHURE | FOTOBOEK | FILMPJE |PUBLICATIE | MOTORREIZEN |
 LAOS  & VIETNAM   22 DAGEN.

De Indo China Motor is een avontuurlijke motorreis door exotische berglandschappen, langs de kleurig geklede bergvolken van Noord Vietnam en door de indrukwekkende jungle van Laos.

We trappen de Minsk aan en volgens de planning rijden we de eerste dag over goed geasfalteerde wegen. Wanneer we Hanoi achterons laten blijkt echter dat elke centimeter asfalt gebruikt wordt door auto’s, vrachtauto’s, bussen, paard en wagen, zwaarbeladen fietsers, koeien en wat al niet meer. Al snel passen we ons aan het verkeer aan en doen net als de honderden scooters voor ons; verlaten het asfalt en over een “vluchtstrook van grind en gras” laten we de verkeerschaos links liggen. De eerste ervaring in onverhard rijden met een Misnk hebben we meteen te pakken.  Na Doan Hung verlaten we de doorgaande weg en al slingerend volgen we nu de contouren van weelderig groene rijsterassen waar vrouwen getooid met bamboe hoofddeksel en met de enkels diep in de modder ons enthousiast toezwaaien. In het licht van de ondergaande zon glinstert tussen de palmbomen het water van Thac Ba. Vanavond slapen we in een traditioneel gebouwd huis aan de oevers van het meer. We zijn te gast bij een Mong familie en genieten van een heerlijk bereide maaltijd en lokaal gestookte rijstwijn. Een prettige introductie van wat de komende drie weken een gewoonte lijkt te gaan worden.

Fantastische wegen volgen elkaar in hoog tempo op wanneer we het berglandschap van Noord Vietnam in rijden. Honderden en nog eens honderden bochten rijgen zich aan
één in een decor van bizar gevormde bergen, bamboebossen, rijstterassen, riviertjes en gehuchten van de kleurrijk geklede Flower Mong en Black Thai. Twee van de vele etnische bergvolkendie nog in Noord Vietnam maar ook in China en Laos leven.  De wegen zijn smal, soms niet breder dan een fietspad maar goed geasfalteerd. Maar naarmate we dieper de bergen in trekken rijden we over onverharde paden door spectaculaire berglandschappen, dwars door de jungle richting het noorden, naar de Chinese grens.

Nieuwsgierig staren de Flower Mong ons na wanneer we kleurrijke markt van Na Co verlaten en het vizier richten op Sapa, ook wel de Koningin van het Noorden genoemd. We volgen de rivier die de natuurlijke grens met China volgt. In Lao Cai tikken we grens met China aan en verbazen ons over de honderden veel te zwaar beladen “bak” fietsen die met allerhande koopwaar hier de grens van Vietnam met China oversteken. Soms gaat het mis en kiept een fiets met handelswaar om wat weer hilarische taferelen oplevert wanneer honderden kippen illegaal de grens proberen over te steken.

Even na Sapa bereiken we het hoogste punt van de reis, de Poorten van de Hemel, de Deo Tram Ton Pas, en hebben we een prachtig uitzicht over de vallei en de hoogste berg van het land, de FanXiPan. Vanaf hier gaat het slingerend naar beneden en word er regelmatig gewaarschuwd voor hellingspercentages van 10% of meer.
Door nauwe valleien rijden we naar Dien Bien waar de Vietnamesen in 1954 de beslissende veldslag van de Fransen wonnen. Uiteraard bezoeken we het museum wat aan deze veldslag herinnerd.

Voor het oversteken van de grens met Laos moeten we geduld hebben. Voordat alle papieren ingevuld en voorzien zijn van een handtekening, zijn we drie uur en de nodige koppen thee verder. In twee dagen tijd rijden we naar Pak Beng. Een enerverende rit waarvan de eerste 60 kilometer over onverharde paden door de jungle van Laos. Na Muang wordt de weg een stuk beter en zoeven we over glad asfalt door een heuvelachtig landschap wat volgens sommigen doet denken aan het landschap van Zuid Afrika. De laatse 60 tot 70 kilometer volgen we de loop van de rivier Nam Beng die bij Pak Beng in de Mekong rivier uitmond. Hier overnachten we in een hotel aan de oevers van de legendarische Mekong rivier en zien vanaf de veranda hoe tegen het vallen van de avond Aziatische olifanten naar de rivier worden geleid om te baden en te drinken.

Op een stalen ponton voortgeduwd door een aftandse sleepboot steken we de 4909 km lange Mekong rivier over. Hier leeft ook de grootste meerval ter wereld die helaas met uitsterven wordt bedreigt.  De komende twee dagen zijn misschien wel de meest indrukwekkende van de hele reis. Aanvankelijk rijden we nog over een goed begaanbare doch deels onverharde weg naar de grens met Thailand. Vlak voor de grens slaan we linksaf een bospad in en vanaf nu rijden we bijna twee dagen lang over een "ofroad" van bergtop naar bergtop door de ongerepte, exotische jungle van Laos. Niemand komen we meer tegen anders dan lokalen die op weg zijn naar huis na een dag hard werken op de kostgrondjes. Ergens halverwege overnachten we midden in de jungle bij een familie thuis onder primitieve omstandigheden. Hier is geen elektriciteit, je mobiel is dood, gekookt wordt er op een houtvuur en het avondeten scharrelt nietsvermoedend rond tussen de bamboehutjes. Een onvergetelijke ervaring.

De nevel hangt nog tussen de woudreuzen wanneer we verder rijden naar de oude hoofdstad van Loas, Luang Prabang Een lange dag van intensief motorrijden van bergtop naar bergtop. Het bospad heeft soms hellingspercentages die ik nog nergens anders ter wereld ben tegen gekomen. Wanneer we door de jungle weer worden “uitgespuugd” staan we voor de tweede keer aan de oever van de Mekong Rivier. Aan de overkant van de rivier glinsteren gouden daken van Boedhistische tempels in het laatste zonlicht van de dag en we weten, we zijn er, Luang Prabang.  


Het is fijn om na twee dagen jungle in Luang Prabang bij te komen en te genieten van een warme douche en een goed ontbijt. We blijven hier een dag om rustig rond te kunnen slenteren in deze prachtige stad vol met boeddhistische tempels, paleizen en gezellige terrasje waar de geur van koffie en vers gebakken croissants hangt.

In drie dagen tijd rijden we van Luang Prabang terug naar Vietnam. Onderweg passeren we de Plain of Jars. Een vlakte die bezaaid is met stenen kruiken in allerlei formaten waarvan de herkomst tot op de dag van vandaag nog een raadsel is. Vergelijk het met de Moai beelden op Paaseiland, net zo verwonderlijk.  Vlak voor de grens met Vietnam passeren we Viengxay. Van 1964 tot 1973 leefden 20.000 Laotianen hier in de grotten. Deze waren een schuilplaats tegen de hevige bombardementen van de Amerikanen tijden de Indo China oorlog. In de grotten bevonden zich scholen, ziekenhuizen, markten, een theater, een radiostation en huizen.

Wanneer we na bijna drie weken  in Hanoi vanaf een dakterras de chaos onder ons weer bekijken denken we weemoedig terug aan de onverwoestbare Minsk, aan de eindeloze rijstvelden in tientallen kleurschakeringen groen, aan de jungle van Laos, aan de kleine dorpjes waar hangbuikzwijnen in de grond wroeten onder hardhouten paalwoningen, aan de supervriendelijke bevolking, aan de 1000 en meer bochten die we gedraaid hebben, aan de bizar gevormde bergtoppen, aan de kleurrijke marktjes, aan het heerlijke eten en aan iets te veel rijstwijn de laatste avond.

  HOME | PRIJS & FEITEN | BROCHURE | FOTOBOEK |FILMPJE | PUBLICATIE | MOTORREIZEN |