Terug naar Oeganda, Ruwenzori Trekking  >>>

 


Onze gids William draait zich om en gebaart dat we zachtjes moeten doen. “Zie je ze al?”, vraagt hij fluisterend. Ik kijk om me heen en zie alleen maar manshoog struikgewas aan de rand van het ondoordringbare oerwoud.
“Kijk…” en pas als ik zijn arm volg, zie ik de vier jaar oude mannetjesgorilla die slechts op een paar meter afstand kleine takjes naar zich toebuigt en de bladeren ervan af eet. Het is alsof de tijd stilstaat als onze ogen elkaar kruisen.

Tekst en Fotografie: Edwin van Delden
Publicatie: Outdoor Magazine, april 2008.

We bevinden ons in het Bwindi Impenetrable National Park in Oeganda. Hier leven 340 berggorilla’s, de helft van de totale populatie wereldwijd. Door goed beheer, controle en ecotoerisme is het aantal gorilla’s hier sinds 1989 met 17% gestegen. Voor een unieke ontmoeting met een van onze voorouders (het DNA vertoont voor bijna 98% overeenkomsten met dat van de mens) is dit dus de beste plek. Lui geworden van het eten gaat de gorilla op zijn rug liggen en strekt zich uit. Het is zo’n intiem tafereel dat ik bijna de enorme zwarte hand zou willen aanraken, wat echter ten strengste verboden is. Sterker nog, we moeten een paar meter naar achteren om te voorkomen dat er menselijke ziektes worden overgebracht, waaraan deze machtige reuzen zouden kunnen sterven. Onze groep van acht personen staat doodstil en alleen de geluiden van het oerwoud dringen tot ons door. Als we beter kijken, zien we dat de groep in totaal bestaat uit negen gorilla’s, inclusief een jong van drie maanden en een echte silverback, een mannetje van 45 jaar oud. Waar het struikgewas overgaat in het oerwoud zitten twee vrouwtjes in een boom te eten. De babygorilla, veilig vastgeklampt aan zijn moeder, kijkt ons speels en quasi brutaal aan. Hij daagt ons bijna uit om te komen spelen. Het voelt alsof we op visite zijn en we vergeten haast dat deze dieren ons in een handomdraai kunnen verscheuren. Het bezoek aan de berggorilla’s stond al heel lang op mijn verlanglijstje en ik moet zeggen, het is een van de meest intense ervaringen ooit.

Veilig en vriendelijk
Het Afrikaanse Oeganda (het vroegere Boeganda) is een zeer gevarieerd land dat nog vrijwel onaangetast is door massatoerisme. In het gehele land word je verwelkomd door een zeer vriendelijke en tot onze verbazing goed Engels sprekende bevolking, die zeer trots is op haar land. De helft van Oeganda is niet ontgonnen of bebouwd en er zijn meer dan tien nationale parken. Sinds 1962 is Oeganda onafhankelijk van Engeland en het beleid van huidig staatshoofd Museveni zorgt al negen jaar voor stabiliteit en vooruitgang. Het is daarom een voor Afrikaanse begrippen veilig land om doorheen te reizen. En dankzij de perfecte combinatie van natuur, cultuur en avontuur nodigt het daadwerkelijk uit tot een bezoek. Op onze reis bezochten we - behalve de met uitsterven bedreigde berggorilla’s - de hoogste watervallen van het land, de Sipi Falls, het Kibale Forest waar groepen chimpansees leven en het Queen Elizabeth National Park, het meest wildrijke park van het land. Maar behalve kijken naar wilde dieren en genieten van al het prachtige natuurschoon valt er ook een hoop actie te beleven. 

Muur van water
Op de Witte Nijl kun je een enorme kick beleven door met een raft vijfde graads stroomversnellingen (de hoogste graad is zes) te bedwingen. De Witte Nijl ontspringt vanuit het Victoriameer en met zijn wilde watervallen en stroomversnellingen behoort deze tot de top vijf van wildwaterrivieren van de wereld. Een tweedaagse tocht leidt onze rubberen raft door rapids, oplopend van graad drie tot zelfs meerdere keren graad vijf! Alle stroomversnellingen hebben hier een goed gekozen naam. We komen net uit een vierdegraads stroomversnelling die ‘Chop Suey’ heet en voor ons horen we alweer het angstaanjagende geluid van de volgende, die de veelzeggende naam ‘Bad Place’ heeft meegekregen. Het water wordt met geweld om de bocht heen geperst om daarna meters lager te eindigen. “Wil iemand hier uit de boot geslingerd worden?”, schreeuwt onze gids boven het bulderende lawaai uit. Nou nee, niet echt en we proberen als team zo goed mogelijk samen te werken en zo snel mogelijk de commando’s van de gids op te volgen. Tevergeefs. Midden in de stroomversnelling varen we letterlijk tegen een muur van water op en in een tiende van een seconde flipt de boot om en trekt de sterke stroming mij de koude diepte in. Vanaf nu is het ieder voor zich en god voor ons allen. Voor we gisteren vertrokken heeft de gids ons bij alle veiligheidsprocedures verteld, dat we door ons zwemvest nooit langer dan tien seconden onder water zullen blijven. Nou weet ik niet precies hoe ze in Oeganda tellen, maar na dertig seconden begin ik mij toch af te vragen hoeveel langer ik mijn adem in zou kunnen houden. Als ik dan plotseling toch aan de oppervlakte mijn longen vol verse zuurstof kan vullen, is dat letterlijk een verademing. De adrenaline giert door mijn lijf en om mij heen zie ik mijn teamgenoten dobberen met een brede glimlach op hun gezicht.

 

 

 

Terug naar Oeganda, Ruwenzori Trekking  >>>