|
Ieder
jaar is het weer een feest van herkenning wanneer de eerste
wit besneeuwde bergtoppen voor de Oost Groenlandse kust
opdoemen. De bevroren zee die
langzaam onder de Fokker 50 wegglijdt, bied de aanblik van
gebarsten porselein. IJsbergen
in alle denkbare kleurschakeringen blauw en wit liggen als
gigantische sculpturen vastgevroren in het ijs.
Aan de rand van de ijskap grijnzen tientallen gletsjers
met hun afgebrokkelde tanden. Zo moet de wereld er in de
ijstijd uit hebben gezien, ongerept en zuiver. Welkom op
Groenland
Als
we met de rugzakken aan komen lopen beginnen de honden
zenuwachtig in kringetjes rond te draaien, happend naar hun
eigen staart of naar de poten van de buurman. Ze weten het al,
we gaan vertrekken. Eén begint te huilen, lange opgewonden
uithalen die door rotsen en huisjes worden weerkaatst en
versterkt. Vanuit de verte klinkt een antwoord. Eerst nog
schuchter maar al snel golft een oorverdovend kabaal door het
nog in diepe stilte ondergedompelde gehucht. Tijd om te
vertrekken. Kalm ontwart Piuut, onze Eskimo gids,
de touwen van zijn twaalf sleehonden om ze in het gelid
te krijgen. Geen type dat ooit de zweep zal hanteren.
"Dat werkt niet," zegt hij. "Ze hebben een goed
geheugen. Als je ze goed behandeld, willen ze voor je werken.
Zo worden ze geboren."
Piuut
moedigt de honden aan. " Juuuu, juuuu! Prrrrrr,
prrrrrr!" Jankend proberen de honden de zwaarbeladen slee
door de vers gevallen sneeuw omhoog te sleuren. Vanaf het
fjordijs zag het er nog zo gemakkelijk uit: een mooie pas
omhoog naar de ondergesneeuwde gletsjer. Maar de kraakheldere
lucht heeft ons weer te pakken: afstanden en afmetingen zijn
hier niet te schatten. De honden trekken het niet meer.
Spieren trillen onder de dikke vacht. De touwen staan
snaarstrak gespannen. "Gaan ze het
houden?" De helling is te stijl, de sneeuw is te
diep. Langzaam trekt de zwaarbeladen slee de honden mee terug
de helling af. Piuut ramt vol op de rem en weet de slee
tot stilstand te brengen. Hier is hulp nodig! Rugzakken worden
afgeworpen.
Nu de spanning van de halsters af is, rollen de honden
zich op en vallen in slaap, zich niets aantrekkend van ons
geworstel met de slee. Een paar welgemikte sneeuwballen doet
de honden weer opspringen. Aan de slee worden lange touwen
vastgeknoopt. “ Jullie twee, duwen” zegt Piuut met
onverstoorbare blik, “de rest trekken”
Het is nog een kilometer of 5 naar Tiniteqilaaq wanneer Piuut
in ene halt houdt. Bewegingsloos staart hij naar de witte
horizon, ziet wat wij niet zien of misschien wel niet willen
zien. Zijn
massieve gestalte en ronde gezicht vertonen geen enkele
emotie. Alleen zijn ogen bewegen, van links naar rechts en
weer terug en verraden zijn ingehouden spanning “Polar Bear”
gromt Piuut in ene tussen zijn tanden door, “ dangerous, to
close to village” en
weg is ie, ons achterlatend in de onmetelijke witte wildernis.
Met hem verdwijnt ook snel het enige geweer wat we bij ons
hebben uit het zicht. Zonder het aanvankelijk door sommigen zo
gehate geweer van de jager voelt een aantal van ons zich
ineens zeer onveilig. Messen worden stiekem onder handbereik
gehouden maar iedereen weet, wij zijn geen partij . . . . Een
IJsbeer rent sneller, klimt sneller en eet alles wat los en
vast zit. En na een paar dagen lopen moeten wij voor een
ijsbeer wel heel aantrekkelijk ruiken. In principe worden
ijsberen door de eskimo’s geen strobreed meer in de weg
gelegd tot ze in de nabijheid van een dorpje komen. Dan vormen
ze een gevaar voor de inwoners en wordt de ongelukkige beer
zonder pardon naar de eeuwige jachtvelden geholpen.
Het schieten van een ijsbeer levert de eskimo nog
steeds aanzienlijke status op en niet te vergeten, heel veel
geld. Van beschermde diersoorten hebben ze hier nog nooit
gehoord en wordt met een nonchalant schouderophalen als
onzinnig afgedaan. Deze ijsbeer wist te ontkomen, een andere
beer had minder geluk, getuige de huid die in de vrieskou
hangt te drogen. “Kwam eergisteren het dorp in lopen “
bromt Piuut s’ avonds in de hut. Stiekem toch een beetje
jaloers?
Boven! Van 0 naar ruim
1000 meter
door de diepe sneeuw gaat je niet in de koude kleren zitten.
De beloning is echter groots en onvergetelijk. Een weids
uitzicht over de omringende bergen met in de verte de oceaan
doet alle inspanning van die ochtend snel vergeten. De lucht
is strak blauw en heel, heel ver onder ons zien we tientallen
stipjes op het fjordijs. Eskimo’s die een maaltje vis voor
de avond aan het vangen zijn. De honden weten dat het erop zit
en zijn bijna niet te houden. In de verte ligt Tassilaaq. Een
warme douche lonkt en de gedachte aan een stevige
avondmaaltijd van zeehondenvlees en walvis doet ons het water
in de mond lopen. De honden schieten er als een speer van door
en duiken over de rand van Polhems fjeld de pijlloze diepte
in. De slee slingert als een ongeleid projectiel achter hen
aan, Piuut als een ware kytesurfer vliegend en stuiterend
achterop. Voorzichtig kijken wij over de rand, slik, moeten
wij hier ook vanaf ?
1000 Meter
lager en twee uur later komen we Piuut weer tegen. Een
tevreden grijns op zijn gegroefd gezicht. Hij is bijna weer
thuis. De anders
zo zwijgzame eskimo begint te vertellen en neemt ons mee terug
in de tijd. Ademloos hangen we aan zijn lippen en in dit
oerlandschap heb je maar weinig fantasie nodig om een beeld te
vormen hoe het leven er, nog niet eens zo heel lang geleden,
uit heeft gezien.
Heb je na het lezen van dit artikel zin gekregen om zelf mee
te gaan? vraag dan meteen de brochure
aan.
|