Met Zanskar wordt
een 5000 km2 grootgebied aangeduid wat globaal
genomen ten oosten van Kashmir en ten zuiden van
Ladakh ligt. Het gebied bestaat uit een aantal hoge
bergketens met toppen boven de 6000 meter,
zeer diepe canyons en drie valleien die op een
gemiddelde hoogte liggen van 3500 meter. De
bekendste rivier die het gebied doorsnijdt is de
Zanskar rivier. All deze natuurlijke barrières
zorgen ervoor dat Zanskar ook één van de moeilijkst bereikbare
gebieden van India is. Slechts enkele maanden per
jaar is het enige weggetje hier naartoe
sneeuwvrij. In Zanskar leven ongeveer 12.000
mensen en door de eeuwenlange geïsoleerde ligging
zijn westerse en Indiase invloeden hier nog zeer
beperkt. De meeste Zanskari leven nog steeds van
wat het land hen opbrengt. De Zanskari zijn
overwegend Boeddhistisch en leven al eeuwenlang in
vreedzame harmonie met een Islamitische minderheid
samen. Padum is de “hoofdstad’ van Zanskar en
rijk aan kloosters, manismuren en chortens. De
chortens van Sani stammen vermoedelijk uit de
tweede eeuw, dat is 900 jaar ouder dan de tempel
in Alchi. In dit onherbergzame gebied leven maar
weinig dieren. Eén van de meest aansprekende is de sneeuwluipaard. Ook
Ibexen en wolven komen nog in redelijke aantallen
voor. De kans dat we tijdens de wintertrektocht
een glimp opvangen van de schuwe sneeuwluipaard is
klein maar wel reëel. In de lange winter variëren
de temperaturen tussen de 0 en -35 graden. In de
valleien en lager gelegen gebieden valt niet
extreem veel sneeuw. Op de hoger gelegen
berghellingen ligt in de winter zo'n 50 tot 200 cm
sneeuw.