|
Waar
wij over rotsen klauteren om enkeldiep ijswater
te mijden, banjeren onze dragers er dwars
doorheen op hun oude, lekke bergschoenen.
Keihard zijn die jongens. Dit is een tocht voor
de liefhebber van stevige trektochten, die zich
niet laat afschrikken door wat
kou en de majestueuze eenzaamheid van de
Himalaya.
Zanskar
behoort tot de meest geïsoleerde delen van de
Indiase Himalaya. In de winter kun je er
eigenlijk niet komen want het enige weggetje
ernaartoe ligt onder een dik pak sneeuw. Het
alternatief zijn de eeuwenoude voetpaden die
over de Zanskarketen lopen. Maar daar ligt nog
meer sneeuw en de locals proberen het niet
eens. Maar als het wekenlang keihard gevroren
heeft, zien de Zanskari een nieuwe mogelijkheid:
het ijs van de Zanskar rivier. Deze woeste
rivier – formaat IJssel – baant zich een weg
door een smalle kloof van Zanskar naar Ladakh.
Wij gaan de andere kant op, stroomopwaarts, en
lopen, glijden, glibberen en schuiven naar
Zanskar, richting Padum. Dagenlang trekken we
over het ijs. Langs de wanden van de kloof
hebben bronnen enorme blauwwitte ijsbloemen
gevormd. Het ijs van de rivier is alles behalve
saai. Soms is het een smalle rand van dik ijs,
waar de rivier zich in het midden doorheen
perst. Soms is de hele rivier bedekt met een
spiegelgladde laag. Het ijs is overal anders en
kan binnen enkele uren veranderen. Als we pech
hebben, stroomt de rivier het ijs op en moeten
we stukken over de rotsen klauteren. Kortom: Het
ijs, de rivier en het landschap kan van uur tot
uur veranderen.
Na vijf of zes dagen lopen bereiken we een
dorpje waar we een rustdag nemen. We slapen dan
in een traditionele Zanskari boerderij. Geen
luxe maar wel een klein kacheltje en wat extra
waswater.
|